Curzio Malaparte – Bloed

Recensie van Curzio Malaparte – Bloed (vert. Jan van der Haar)

Oorspronkelijk verschenen 15-11-2012: http://www.8weekly.nl/artikel/10339/curzio-malaparte-vert-jan-van-der-haar-bloed-troostrijk-gehamer.html

Troostrijk gehamer

De verhalen in Bloed zijn niet zeer wreed of hartstochtelijk. Het bloed vloeit hier niet, het druppelt. Bloed vertolkt een subtielere functie: het is een voorwerp van obsessie, het is de arbiter, het is onverschillig- en echtheid.

Eindelijk is in Nederland de vertalingsmachinerie van het werk van de Italiaan Curzio Malaparte (pseudoniem van Kurt Erich Suckert, 1898-1957) op gang gekomen. Je zou zeggen dat zowel de recente vertaling van zijn putschhandboek, Techniek van de staatsgreep, als de Nederlandse edities van de meesterwerken Kaputt en De Huid – eveneens door literair vertaler Jan van der Haar – onderhand barsten teweeg moeten brengen in de muur van onbekendheid. In zijn werk hermysticeert Malaparte – ongrijpbaar interbellumintellectueel en oorlogsjournalist, van fascist tot communist en aristocraat – de Tweede Wereldoorlog. Scènes over de gedrochtelijke Himmler in de sauna, de bevroren paarden in het Ladogameer of de Napolitaanse omgang met vernedering zijn poëtisch en ontzettend. En dat is, om misverstanden te voorkomen, een heel sterke aanbeveling.

Afschuw en fascinatie
Een jaar of tien eerder, in 1937, publiceerde Malaparte Bloed. Hierin is de rode draad de weerzin en fascinatie van Malaparte en de Italianen tegen en voor het bloed. In de eerste van twee ingevoegde inleidingen stelt de schrijver: ‘Ik verafschuw bloed.’ Hij vervolgt direct met de bekentenis dat hij als kind door bloed werd geobsedeerd en standbeelden met een mes te lijf ging om te proberen deze te laten bloeden. De afschuw lijkt de obsessie enkel te vergroten.

In Bloed lijkt Malapartes taal een niet-ingedamde variant van de taal in zijn latere werk: gedurfd en boordevol pathos. En ja, dit slaat sporadisch om in pathetiek. In brede, vloeiende banen schrijft en schrijft hij, blijkbaar onbevreesd voor poëtische overkill. In de veelal autobiografische verhalen in Bloed toont hij een voorkeur voor beschrijvingen van het bucolische Italiaanse platteland, vaak rond zijn geboorteplaats Prato. Deze verhalen baden in flakkerende lichtstralen, terwijl de continu waaiende sirocco de lucht verzwaart en de cicades tsjirpen op de achtergrond.

Tussen deze overvloed aan impressionistische sfeerbeschrijvingen krijgt de lezer aanhoudend het idee dat er binnen twee regels een oprechte, mystieke gebeurtenis plaats kan hebben. Deze spanning en mystiek typeren Malapartes schrijverschap, en maken ook Bloed interessant.

Curtino
Sommige verhalen hebben als onderwerp zijn jeugd of zijn dienst in de Eerste Wereldoorlog. Al genoemd is de fascinatie van de kleine en onzekere ‘Curtino’ voor bloed. De aanblik van enkele druppels bezorgde hem “een soort van blijde verwondering, de aanwezigheid van dat bloed maakte de hemel helderder, de contouren van de heuvels zachter, de lucht rustiger”.

 
In het verhaal ‘De ontgoochelde dood’ rijst uit de hamerslagen van de smid Mersiade een andere vorm van aardse mystiek op. Bij Mersiade vindt Curtino af en toe soelaas. De terugblikkende Malaparte etst hier een beeld dat dusdanig hoekig en uitdrukkingsvol is dat de lezer net als de kleine Curzio het gehamer als troostrijk ervaart. Het gehamer is natuurlijk een metafoor voor een pulserende hartslag, en daarmee voor een soort echtheid, vergelijkbaar met de ‘verzachtende’ druppels bloed. Zo is het bloed afwisselend symbool en het gesymboliseerde, en vaker van verlichting dan van onverschilligheid.

In bijna ieder verhaal druppelt het bloed. Vloeien doet het niet, want het werkelijke geweld is dat van de natuur: het onverschillig-toevallige geweld dat een moeder een kind en een schaap haar lam doet verliezen.

De redactie lijkt af en toe netter te hebben gekund. Als Cavalier Bonfante – hoofdpersoon van het perplex achterlatende slotverhaal – aan iemand denkt, staat er bijvoorbeeld ‘Cavalier Bonfante deed hem aan iemand denken’. Dit ontsiert. Ook is het vreemd dat Malaparte niet even kort ingeleid wordt, wat toch had gemogen bij een oudere schrijver die geen wijdverbreide bekendheid geniet. Niettemin valt ook uit deze verhalenbundel zeer veel te halen. Bloed is een nieuw Nederlands piketpaaltje van Malapartes talent.

 

Curzio Malaparte – Techniek van de staatsgreep

Hoe pleeg ik een staatsgreep?

Curzio Malaparte – Techniek van de staatsgreep (vert. Frans Denissen en Peter Westerlaken)

oorspronkelijk verschenen 03/12/2009: http://www.8weekly.nl/artikel/7914/curzio-malaparte-techniek-van-de-staatsgreep-vert-frans-denissen-en-peter-westerlaken-hoe-pleeg-ik-een-staatsgreep.html

Hoe de moderne staat te veroveren of te verdedigen? In Techniek van de staatsgreep (1932) geeft Curzio Malaparte (1898-1957) antwoorden op deze nog steeds actuele vragen. Maar het is niet enkel een politiek handboek; via eigen, als journalist opgedane indrukken en literaire sfeerbeelden beschrijft Malaparte zeer treffend verschillende politiek-revolutionaire episodes uit het interbellum. Daarnaast kondigde hij en passant de volgende stap van Hitler aan. 

Malaparte, wat ‘hij die aan de verkeerde kant staat’ betekent (vergelijk ‘Bonaparte’), is het pseudoniem van Kurt Erich Suckert. Na de publicatie vanTechniek van de staatsgreep verbande de fascistische dictator Mussolini hem jarenlang naar het eiland Lipari. De jaren na de Eerste Wereldoorlog werden gekenmerkt door een continue strijd tussen voor- en tegenstanders van vrijheid en democratie. Geen enkel land (‘zelfs het politiek rustige en goedbestuurde Nederland niet’) is volgens Malaparte veilig voor een staatsgreep. Want bij een staatsgreep is de politieke strategie (het verwerven van bevolkingssteun bijvoorbeeld) van secundair belang; alles draait om techniek.

Trotski vs. Stalin

Malaparte geeft verschillende voorbeelden van staatsgrepen in de jaren twintig die mislukten doordat de principes van de moderne staatsgreep niet werden begrepen. Volgens hem was Trotski de eerste die dat wel deed. Hij begreep dat het enige wat nodig is voor een geslaagde staatsgreep een capabele voorhoede is, bestaande uit technisch en militair geschoolde mannen, die met een aantal bliksemacties de technische staatsorganisatie – zoals elektriciteitscentrales, treinstations, telefooncentrales – platleggen en overnemen. De oude regering is dan volledig geïsoleerd en hoeft niet aangepakt te worden om te vallen.

Dat klinkt bijna te gemakkelijk om waar te zijn. Mede daarom bezagen de Bolsjewistische commissies Trotski’s plannen voor de Oktoberrevolutie van 1917 met veel scepsis. Om hen de revolutie niet te laten dwarsbomen zet Trotski een dag eerder dan gepland (de 24e) zijn plannen in werking. Die slagen volledig, maar omdat hij de regering-Kerenski ongemoeid laat, bevat niemand dat direct.

De twee leiders van de mensjewistische meerderheid, die voor Lenin langslopen om de congreszaal binnen te gaan, verbleken en kijken elkaar aan. Ze hebben in die gepruikte man met het uiterlijk van een kleine dorpskomediant de verschrikkelijke vernietiger van het Heilige Rusland herkend. (…) ‘Waarom bent u nog zo vermomd?’ vraagt Trotski aan Lenin. ‘Overwinnaars verbergen zich niet.’

Dan hoort Lenin het nieuws van de bestorming van het Winterpaleis (de 25e): ‘”Eindelijk!” roept Lenin uit. “U komt vierentwintig uur te laat,” zegt Trotski tegen hem.’

Tien jaar later probeert Trotski dezelfde tactiek tegen Stalin toe te passen. Stalin kent echter Trotski’s tactiek en zet zelf contrarevolutionaire korpsen in om de technische staatsorganisatie te beschermen; Stalin was de eerste die begreep dat de techniek van het staatsbehoud hetzelfde werkt – maar dan omgekeerd – als de techniek van de staatsgreep.

Veelomvattend en actueel 
Omdat Techniek van de staatsgreep deels als handboek is bedoeld, herhaalt Malaparte erg vaak zijn kernstellingen. Gelukkig wisselt hij die af met zowel dialogen tussen hem en zijn tijdgenoten en sfeerbeelden van in revolutionaire onrust verkerende steden, waarin de schrijvershand van zijn latere meesterwerken De huid en Kaputt al te herkennen is.

In de laatste twintig bladzijden behandelt Malaparte de opkomst van Hitler. Naast dat Malaparte’s beroemde – en dubieuze – vergelijking van Hitler met een vrouw hier naar voren komt, kondigt hij (in 1932!) ook de ‘nacht van de lange messen’ (1934) als noodzakelijk aan. Tevens geeft Malaparte de juiste voorspelling dat ‘de dictator Hitler’ de macht zal bereiken via de parlementair wettige route.

Techniek van de staatsgreep is een veelomvattend werk. Malaparte beschrijft met een rijk taalgebruik en op verschillende manieren de geest van de historische gebeurtenissen. En ja, zijn techniek kan nog steeds gebruikt worden. De technische staatsorganisatie van vandaag leunt op computers en internet en kan gekraakt worden. Alleen: waar zijn onze Trotski’s?