Erik Menkveld – Het grote zwijgen

Erik Menkveld – Het grote zwijgen

Een bekende ode

Oorspronkelijk verschenen 11-06-2011: http://www.8weekly.nl/artikel/9244/erik-menkveld-het-grote-zwijgen-een-bekende-ode.html

De eerste roman van veelzijdig letterenman Erik Menkveld (1959), vooral bekend als dichter, is in zijn onderwerp een verrassende. Hij beschrijft een op historische feiten gebaseerd verhaal over ware kunst en liefde rond twee Nederlandse componisten anno 1910-1917.

Deze twee in hun tijd beroemde componisten heten Alfons Diepenbrock en Matthijs Vermeulen. Het zijn ware kunstenaars, geroepen om de natuurlijke eeuwigheidsklanken in muzikale vorm om te zetten: gelijk aan hetgeen Nietzsche beschrijft in het gedicht Im grossen Schweigen (dat door Diepenbrock op muziek is gezet). Dit ideaal krijgt een aardse weerslag in hun strijd om de programmering van het Amsterdamse Concertgebouw, waar de nog beroemdere Willem Mengelberg de baton zwaait.

Een bildungsroman
De eerste 150 bladzijden vormen een soort getrapte bildungsroman. De lezer volgt de ontwikkeling van de hoofdpersonages, die zich allen verhouden tot hun leermeester, die op zijn beurt zich weer tot een eigen leermeester verhoudt. Van (heel) klein naar (heel) groot: Vermeulens leerling Petrus – Vermeulen zelf – Diepenbrock – Mahler. Hierdoor treedt het probleem op dat er nergens gelijkwaardige karakters met elkaar in aanraking komen, waardoor het verhaal lang bloedeloos blijft.

Dit verandert enigszins wanneer Vermeulen zijn leermeester Diepenbrock begint te evenaren. Ook in hun vriendschap blijven beiden in de eerste plaats kunstenaars, compromisloos wanneer het de kunst betreft. Een passage waarin Vermeulen door Diepenbrocks vrouw Elsa wordt opgevangen:

‘Gaat u al?’
‘Uw man heeft zojuist onze vriendschap verbroken.’
‘Grote goedheid!’ Ze loopt naar de kapstok en reikt hem zijn mantel aan. ‘Waarom dat zo ineens?’
‘Ik had kritiek op Nietzsche.’

Twee liefdes
Die vriendschap trekt overigens weer bij. Uit het gezin-Diepenbrock komen ook de twee grote liefdesverhalen van Het grote zwijgen voort, waarvan een de affaire is van Diepenbrock met Jo, een van zijn voormalige leerlingen. Wat de kunstmonologen soms nog weten te verbloemen, wordt in deze liefdespassages al te zeer duidelijk: Menkvelds zinnen bevatten weinig nieuws. Het is vaak wel waar wat hij zegt, en ook zijn stijl is prima, soms ook mooi, maar er gebeurt lange tijd niets dat de gemiddelde lezer zal verbazen of intrigeren.

Bovendien irriteren al te zichtbare schrijverstrucjes. Doordat het verhaal steeds twee jaar in de tijd springt, zijn belangrijke tussentijdse gebeurtenissen de lezer onbekend. Verschillende keren laat Menkveld de uiteenzetting van die gebeurtenis dan vooraankondigen middels een terloopse toespeling. Neem bij dit alles een cliché als ‘vrienden moeten elkaar toch de waarheid zeggen’ en het oordeel lijkt duidelijk.

Maar toch bezit deze roman mooie kanten: als het verhaal halverwege eindelijk wat op gang komt volgt bijvoorbeeld een tweede – hier niet te verklappen – verrassend liefdesverhaal. Het boek krijgt ook de benodigde extra dynamiek door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Het stelt de kunstenaars voor de grote vraag: is kunst niet futiel vergeleken met zoiets gruwelijks? In de termen van de kunstenaar wordt dit gruwelijks als volgt verwoord:

In dit ontheiligde, allesoverheersende hier en nu is het firmament niet langer ondoorgrondelijk, is het licht een reeks getallen, is alles plat, feitelijk, causaal en zinloos.

Niets nieuws, wel iets groots
Diepenbrocks wereldbeeld valt hierdoor uiteen en hij valt stil. Daarentegen neemt de jongere Vermeulen, die tijdelijk als oorlogsverslaggever aan het front werkte, de beroemde oproep van Debussy wel ter harte: ‘Over de muziek, die stilte breken moet die zal volgen op het knallen van de laatste granaten.’ Wat kan de mens anders dan hiermee instemmen?

Het grote zwijgen is bij tijden een ode aan de muziek. Hoe belangrijk ook, in deze vorm bevat het boek niets nieuws. Anderzijds doet het wel iets groots: de twee hoofdpersonages, Diepenbrock en vooral Vermeulen, zeker voor Nederlandse standaarden twee bijzondere figuren, worden aan een buiten muziekkringen bestaande vergetelheid onttrokken. Dat neemt niet weg dat het gevoel resteert dat Menkveld meer uit dit originele onderwerp had kunnen halen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s