Woorden? Ja hoor, woorden!

recensie van: Joris Note – Wonderlijke wapens. eerder verschenen 22-02-2013: http://www.8weekly.nl/artikel/10540/joris-note-wonderlijke-wapens-woorden-ja-hoor-woorden.html

Wonderlijke wapens is een uiterst subversief boek. Het bolt op van de verrassingen: van poëtische woede en van schrijversrevoltes tegen de status quo.

In elk van de nauw samenhangende essays belicht de Belg Joris Note (1949) een schrijver die de literaire taal – het ‘wonderlijke wapen’ – inzet om een laakbare politieke toestand te bekritiseren. Politiek heeft hier weinig van doen met het parlementaire handwerk. Nee, politiek is dat wat de bestaande regels ter discussie stelt. In ieder essay zoekt Note, romanschrijver en criticus, naar een punt waar literatuur politiek wordt of (soms) politiek literair; waar beide grootheden samenkomen als ruziezoekers, openbrekers van toestanden, als vernielers en vernieuwers.

Majestueus Frans
Het is onvermijdelijk dat dit wat vaag klinkt. Laat me ter verduidelijking Notes beste en mooiste voorbeeld van een schrijver die het ‘wonderlijke wapen’ hanteerde wat uitvoeriger behandelen. In verschillende essays beschrijft Joris Note de in Nederland maar weinig bekende Aimé Césaire. Geboren te Martinique zocht deze volksvertegenwoordiger, dichter en (toneel)schrijver de juiste verhouding tot het kolonialistische Frankrijk. En vooral tot het idioom van dat land. Césaire beoogde een kritiek te leveren op de hypocriete koloniale rationaliteit die de Afrikaanse eigenheid huldigde, zonder de Afrikaan rechten toe te kennen. Juist die Afrikaansheid maakte dat de Afrikanen er nog niet klaar voor zouden zijn. Wilde de Afrikaan rechten, dan moest hij zijn eigen cultuur loochenen en Frans(er) worden.

Aimé Césaire

En Césaire schreef in het Frans. Want het Creools, zijn oorspronkelijke taal, miste de gelaagdheid om te kunnen uitdrukken wat hij wilde zeggen. Als gevolg hiervan loerde het gevaar van assimilatie. Maar Césaire vond een uitweg, en die is poëtisch overweldigend: hij ging een dusdanig complex, precies en majestueus Frans spreken dat ‘zelfs de Fransen hem niet meer begrepen’.

Zijn aristocratische, geheel eigen taal overvleugelde het overheersende idioom en schiep daarmee de ruimte tot kritiek. Hoe nodig dit was, blijkt uit voorbeelden waarin Franse parlementariërs Césaire toebijten dat hij de Fransen wel wat dankbaarder mag zijn. Tegen deze combinatie van blanke hoogmoed en gebrek aan schuldbewustzijn dicht Césaire woedend:

Architect met de blauwe ogen
Ik daag je uit

Pas goed op architect want de Rebel zal niet sterven zonder
Iedereen duidelijk te maken dat jij de bouwer bent van een wereld vol pestilentie.

Wondrooswoorden: taalmaker en taalconsument
Nu bestaat niet alleen de koloniale, maar iedere maatschappij uit taalmaker en taalconsument. Telkens weer roepen Note en de door hem aangehaalde schrijvers – onder wie Ezra Pound, Herman Gorter, de speechende Congolese premier Patrice Lumumba – op tot verzet tegen dit taalconsumentisme. Hier steekt Note definitief zijn rebelse kop op: wanneer een individu zich onttrekt aan het consumentisme, dan noemt hij dat een verzet tegen de status quo en daarmee een politiek schandaal.

Authentiek taalgebruik heeft dus altijd een politieke implicatie. Zoals een dichter-rebel het zegt in een toneelstuk van wederom Césaire (dat te mooi is om niet te citeren):

Vergeefs laat u in de lauwheid van uw keel twintig keer dezelfde armetierige troost rijpen dat wij mompelaars van woorden zijn.

Woorden? Als wij stukken wereld hanteren, als we met geëxalteerde continenten trouwen, als we rokende poorten forceren – woorden, ja hoor, woorden! Maar woorden van vers bloed, woorden die vloedgolven zijn en wondroos en malaria en lava en bosbranden, en vlammend vlees en vlammende steden…

Met Césaires antikoloniale strijd sympathiseren is gemakkelijk voor de moreel comfortabele 21e-eeuwse lezer. Voor ons zijn waarschijnlijk de werkelijke wondroos- en malariawoorden de uitingen van populismestemmers en de reaguurders van Geen Stijl. Terzijde: voor een Nederlandse lezer bezit het Vlaams van Note, met net dat tikkeltje meer flamboyance ook iets heel eigens – en dús politieks.

Schoppen tegen Pauw & Witteman
Voor Note is gelijkheid de politieke essentie, en om dat te bereiken moet de zwijgende het woord nemen. Veelvuldig, onder meer bij Gorter en in de Mariken van Nieumeghen, draait het om het leren van de ongeschoolde, de verheffing van Mariken, de zwarte of de arbeider. Dit helpt het individu een andere, meer democratische (taal)wereld binnen. Overigens wordt dit thema, aangekomen bij de laatste essays, wel wat voorspelbaar.

Note deelt ferme schoppen uit tegen de consensusmaatschappij, tegen de Pauw & Witteman-opinies. Zo bekritiseert hij op aannemelijke wijze David van Reybroucks Congo. Een geschiedenis, dat door de hele wereld in gezellige harmonie werd bejubeld (zie ook mijn recensie). Uitstekend, dit schoppen waar te weinig geschopt wordt.

En ‘echte’ literatuur schopt altijd. Want haar stem is authentiek en dus politiek schandalig. Mede daarom stelt Note boudweg dat mensen meer moeten lezen. Schiet maar raak: uitgekauwd, naïef, paternalistisch? Ook die predicaten hebben iets gemakzuchtigs. Notes oprechte idealisme heeft zeker ook iets verfrissends. Het is goed dat in deze gedesillusioneerde wereld (op literatuurgebied tenminste) iemand af en toe dit blijft benadrukken: dat de literatuur een loswoeler is, het onzichtbare zichtbaar maakt en daarmee een wapen kan vormen tegenover de zelfvoldane tweeling van politieke status quo en versteende taal.

Robert D. Kaplan – Moesson. De Indische Oceaan en de toekomstige wereldmachten

Robert D. Kaplan – Moesson. De Indische Oceaan en de toekomstige wereldmachten

Het toverwoord: handel

Oorspronkelijk verschenen 26-02-2011: http://www.8weekly.nl/artikel/9000/robert-d-kaplan-vert-margreet-de-boer-moesson-de-indische-oceaan-en-de-toekomstige-wereldmachten-het-toverwoord-handel.html

Gestaag zal een multipolaire orde de Amerikaanse hegemonie in de wereld vervangen. Robert D. Kaplan, befaamd journalist, voorspelt dat binnen die orde de Indische Oceaan een centrale plek zal innemen. InMoesson geeft hij een caleidoscopisch en op de geschiedenis gebaseerd beeld van de opmars van deze regio.

Aan de wereldkaart ontleende Kaplan zijn inspiratie. Dat lijkt in eerste instantie vreemd, aangezien de vooruitsnellende (communicatie)technologie de rol van geografie verkleint. Maar dat idee vecht Kaplan overtuigend aan: de toekomst van de wereld wordt bepaald door de samenkomsten van etniciteiten, bevolkingsdruk, terrorisme, grondstoffenvoorraden, milieurampen en handelskanalen. En dat alles is in toenemende mate te vinden langs de kusten van de Indische Oceaan, ‘die zich van de hoorn van Afrika, via het Arabisch schiereiland, de Iraanse hoogvlakte en het Indiase subcontinent helemaal tot aan Indonesië uitstrekt’. Daar woont eenderde van de wereldbevolking, bevindt zich zowel enorme economische groeipotentie als de gehele boog van de islam.

Grote gelijkmaker
De beslissende vraag is die naar wat de wereld van de Indische Oceaan zal bepalen: conflict of handel? Wordt het de laatste, dan zal Kaplans toekomstvoorspelling bewaarheid worden. Zoals veel van de in Moessonopgevoerde stemmen aangeven: ‘onze werkelijke geschiedenis staat geschreven in de moessonwind’. De moesson – van het Arabische ‘mausim’: seizoen – met zijn prachtige regelmaat, staat symbool voor de handel en daarmee voor de verdraagzaamheid die etnische verschillen overbrugt: ‘handel is de grote gelijkmaker tussen mensen en volkeren’.

Vroeger zorgden de moessonwinden voor de wind in de zeilen van de razendsnelle Arabische dhows, in de moderne tijd is de Indische Oceaan ‘de internationale verkeersader van de wereld’. De helft van de wereldhandelsvloot vaart bijvoorbeeld door de nauwe Straat van Malakka. De aan de handelsgroei gelieerde opkomst van de middenklassen geeft reden tot optimisme.

Orde
Maar Kaplans relaas richt zich ook op de aan de Indische Oceaan aanwezige culturen, allemaal in ieder geval schatplichtig aan de islam, het hindoeïsme of het boeddhisme. In gebieden waar de handel bloeit is de tolerantie groot en ontstaan er soms prachtige culturele mengvormen, maar op andere plekken dreigen weer nieuwe etnische conflicten. Kaplan presenteert de oorzaak hiervan eenvoudig zoals die is: ‘een al te grote onzekerheid over wat ook, is het begin van fanatisme’.

Een andere les van Kaplan – adviseur van meerdere Amerikaanse presidenten – is dat macht altijd beter is, zowel strategischer als menslievender, dan helemaal geen macht. Op dit gebied ziet hij veel nieuwe uitdagingen, zo kondigt Kaplan de politieke ineenstorting van het Midden-Oosten al aan. Wat betreft de stabiliteit kunnen supermachten Amerika en China, allebei azend op meer invloed in de Indische Oceaan, elkaar vinden. Reden ook waarom hij de Amerikanen aanmaant om meer aan klimaatbestrijding te doen (wat ook hun imago ten goede zal komen).

Kleurrijk
De reisbeschrijvingen borrelen over van kleur, soms waan je je zelfs even in Sindbads wereld. Wat ook helpt is dat Kaplan zijn relaas doorspekt met geschiedenis, interviews en literaire verwijzingen. Hij trekt veel inzichtelijke historische parallellen, en vooral dat maakt zijn boek een mooie en nuttige aanvulling op Mahbubani’s De eeuw van Azië (dat zich puur richt op de toekomstige economische kracht van Azië). Een fascinerend hoofdstuk is bijvoorbeeld gewijd aan de vrij onbekende handelsnatie Oman en diens Sultan Quaboos, een ‘zonderlinge, erudiete man’. Ook over India’s vele gezichten heeft Kaplan krachtige passages opgenomen, zoals de vergelijking tussen Lord Curzon, ‘onderkoning van India’ en literator Rabindranath Tagore, bedoeld om de harde geopolitieke koers die India nu al is ingeslagen, af te zetten tegen zijn bedachtzame schoonheid.

En soms gaan woorden over schoonheid en realpolitik samen op, zoals in Kaplans uitspraak: ‘echte staatslieden denken tragisch om tragedies te voorkomen’. Wat hij in Moesson neerlegt is een rijke toekomstschets, waarbij hij wel steeds voorzichtigheid inbouwt en aangeeft dat het ook anders kan uitpakken. Maar alle maatschappelijke factoren in ogenschouw genomen, is het hoogst waarschijnlijk dat de kaart van de Indische Oceaan bepalend zal zijn voor het aangezicht van de eenentwintigste eeuw.